Zal ik eindelijk eens iets vertellen over onze nieuwe thuis?
Na lang twijfelen tussen een verblijf in Canada of in Californië, heb ik een 10-tal maanden geleden dan toch de knoop doorgehakt en voor de warmste optie gekozen. De reden voor mijn keuze was uiteraard niet de temperatuur, maar wel het feit dat ik hier in Californië zou kunnen samenwerken met twee mensen die nuttig konden zijn voor mijn onderzoek, waaronder één van de grootste namen in mijn vakgebied (Elizabeth Loftus). Mijn keuze bracht ons naar de University of California - Irvine, of afgekort: UCI.
De stad Irvine ligt in het centrum van Orange County. Wie denkt hier nog nooit van gehoord te hebben, denkt beter nog eens na. Sommigen onder jullie kennen immers misschien de serie ‘The O.C.’, over de belevenissen en (vooral) het liefdesleven van rijke Amerikaanse jongelui in het zuiden van Californië. Inderdaad, OC staat gewoon voor Orange County.
Irvine is een aangelegde stad die pas bestaat sinds de jaren ’60. Vrij nieuw dus, met de universitaire campus als één van de belangrijkste onderdelen. Je kan het een beetje vergelijken met Louvain-la-Neuve, maar dan véél groter. Het vinden van een dak boven je hoofd dat niet onbetaalbaar is, kan hier moeilijk zijn. Maar wij hadden geluk en kwamen in University Hills terecht. Dit is een buurt/gemeenschap waar voornamelijk universiteitspersoneel woont, net buiten de campus. Het is onderverdeeld in kleinere wijken, met verschillende soorten woningen naargelang de wijk (gaande van appartementen tot villa’s). Gabrielino Drive, waar wij wonen, is een doodlopend straatje met 10 gebouwen die elk 4 appartementen bevatten. 40 in totaal en wij zijn nummer 18. De appartementen zijn gemeubeld, er is een wasruimte met 4 grote wasmachines en droogkasten, verspreid over het terrein staan enkele barbecuestellen en er is een zwembad. We zijn dus best tevreden met waar we terechtgekomen zijn :-)






De afstand van thuis tot het werk is een kleine 2 kilometer. Dat doe ik ofwel te voet, ofwel met de fiets. Dat laatste is vooral ’s morgens leuk, omdat ik dan niet hoef te trappen. ’s Avonds moet ik steil bergop. Mijn bureau bevindt zich in de Social and Behavioral Sciences Gateway. Alle gebouwen op de campus hebben een naam en een nummer. Dat nummer staat in het groot weergegeven bovenaan elk gebouw, zodat je kan vinden waar je moet zijn. Geen overbodige luxe, want de campus is echt gigantisch.
Mijn bureau is op de vierde verdieping. Eigenlijk de derde, want in de VS beschouwen ze het gelijkvloers als de eerste verdieping. Ik deel de ruimte met Zoe, eveneens een postdoctoraal onderzoeker, die van hier afkomstig is maar haar doctoraat gehaald heeft in New York. Ze is er niet altijd en de eerste maand hebben we eigenlijk nauwelijks met elkaar gepraat. Gelukkig is daar ondertussen verandering in gekomen.
 |
| Social and Behavioral Sciences Gateway (SBSG) |
 |
| Het gekleurde glas van SBSG geeft een mooi lichtspel als de zon schijnt. |
 |
| wat ik zie als ik door het raam kijk |
 |
de enigszins speciale Langson Library
Door de futuristische look van veel van de gebouwen op de campus
verscheen UCI als achtergrond in de film 'Conquest of the planet of the apes'. |
In het begin moest ik wat wennen aan de campus. Als je de gezelligheid van Leuven gewend bent, lijkt het hier in het begin een beetje koud. Figuurlijk dan. Alles is hier heel ruim en heel proper, wat – eens je eraan gewend bent – eigenlijk heel leuk is, maar in het begin vreemd aandoet. Winkelstraten zoals in Leuven zijn hier niet. Cafés ook niet. Er is op de campus (uiteraard) een Starbucks, een boekenwinkel, enkele mini-supermarktjes en twee grote food courts. Een food court is gewoon een soort refter waar je pizza, sushi, salades, hamburgers en smoothies kan kopen.
Er is op de campus ook één pub, waar ik ondertussen al een paar keer geweest ben en die best oké is. Ondanks de duizenden studenten (volgens Wikipedia 28000) is het daar zelden een overrompeling. Onvoorstelbaar in Leuven, maar hier doodnormaal, aangezien je in de VS pas alcohol mag drinken vanaf je 21ste. En die regel is enorm streng. Misschien door het geringe alcoholgebruik zijn er ’s avonds ook nooit ordeverstoringen of geluidsoverlast. Toch is er heel wat leven op de campus, want er zijn bijvoorbeeld heel veel studentenverenigingen. Zuster- en broederschappen noemen ze dat hier. Ik vermoed eigenlijk dat er heel wat feestjes plaatsvinden achter gesloten deuren… Bij het begin van elk trimester staat er een delegatie van elke sorority and fraternity op de ringweg rond de campus, om nieuwe zieltjes te ronselen. In de loop van het jaar staan ze vaak dingen te verkopen om geld in te zamelen voor activiteiten. Ze noemen zichzelf naar één of andere combinatie van Griekse letters. Het heeft even geduurd voor we doorhadden dat wanneer er gezegd werd dat ergens ‘Greek items’ verkocht zouden worden, dat dat dan ging over prullaria van studentenverenigingen :-)




De centrale figuur op de campus is Peter the anteater. Of in het Nederlands: Peter de miereneter. Ja, lach maar. Dat hebben wij ook gedaan. Peter is de mascotte van UCI en je vindt hem overal, tot op de verkeersborden toe. Ook de term ZOT wordt hier onnoemelijk vaak gebruikt. Er is bijvoorbeeld een winkeltje op de campus met de naam ZOT’n go. We hebben ons lang afgevraagd wat dat betekende. En ja, ook dat verwijst naar Peter. De inspiratie voor de mascotte werd blijkbaar gehaald uit een stripverhaal. Daarin wordt telkens wanneer de miereneter een mier binnenhaalt met zijn tong, het geluid daarvan weergegeven als ‘zotzot’. Je moet het maar weten.
Een paar weken geleden gingen we een kijkje nemen op het ‘UCI Homecoming festival’, en daar hadden we de eer om Peter the anteater in levende lijve te ontmoeten. We kwamen er trouwens ook enkele cheerleaders tegen, nog zo’n Amerikaanse traditie.
De campus is erg groen, met veel bomen en een groot park in het midden. Ondanks de stedelijke omgeving zie je hier dus vaak konijntjes en eekhoorntjes rondhuppelen. Deze week zag ik ’s avonds zelfs een wasbeer.
UCI, en eigenlijk Irvine in het algemeen, heeft dus veel weg van een groot dorp. Het is hier niet alleen rustig, maar ook enorm veilig. In juni 2010 verscheen er een rapport van de FBI waarin Irvine als één van de veiligste steden van de VS beoordeeld werd. Het misdaadniveau is hier het laagste van alle Amerikaanse steden met een populatie van meer dan honderdduizend inwoners. Je zou bijna gaan denken dat het hier saai is :-)
Toch zijn er ook heel wat dingen waaraan je merkt dat je je wel degelijk in een stad bevindt. Een Amerikaanse stad. Enkele voorbeelden:
- Het verkeer. In University Hills rijden nauwelijks auto’s (iedereen woont namelijk vlakbij z’n werk), maar iets verderop wordt het al snel erg druk.
- Ondanks de veiligheid vind je in toiletten ‘emergency survival guides’, met instructies die uitleggen wat je moet doen bij o.a. een schietpartij.
- Malls in overvloed. Winkelcentra dus. Altijd in openlucht, altijd met enkele grote publiekstrekkers als Macy’s en Bloomingdales, en altijd met een aangrenzende cinemazaal. De twee dichtstbijzijnde zijn Fashion Island en The District. Het eerste is gigantisch, het tweede iets bescheidener. Er zijn ook nog het South Coast Plaza en Irvine Spectrum Center, maar die hebben we nog niet bezocht. Het laatste heeft zelfs een reuzenrad.
 |
| het grondplan van Fashion Island |
 |
| Bloomingdales |
 |
| cinema @ the District |
Eén van de kleinere broertjes van deze winkelcentra, is het University Center (via een grote voetgangersbrug verbonden met de campus en ook voor ons relatief dichtbij). Ondanks de naam heeft dit niks met de universiteit te maken. Het is een soort gemeenschapscentrum, met een supermarkt (Trader Joe’s), enkele kleine eetgelegenheden (restaurants kan je het niet noemen), een fitness, een kleine cinema en enkele gebouwen van plaatselijke sport- en muziekverenigingen. Op zaterdagvoormiddag is er een groenten- en fruitmarkt op de parking.
Wanneer we vlakbij huis iets willen gaan eten of naar de film willen, is dit the-place-to-be. We zijn er een tijdje geleden naar ‘The Descendants’ gaan kijken en gaan morgen naar ‘Bullhead’. Rundskop met Engelse ondertitels dus. Benieuwd wat dat gaat geven… In The District zagen we ook al ‘Extremely loud and incredibly close’. Een tip voor al wie van films en/of boeken houdt. Het is immers de prachtige verfilming van een briljant geschreven boek (auteur: Jonathan Safran Foer).
Nu de avonden nog behoorlijk koud zijn, is de cinema een leuke plaats om te vertoeven. Hopelijk wordt het snel warm genoeg om ook eens van die barbecuestellen hier gebruik te maken…
En we wachten al op het volgende verslag
BeantwoordenVerwijderenWow, jullie wonen daar wel heel mooi!!
BeantwoordenVerwijderenRita
Ilse, Davy,
BeantwoordenVerwijderenjullie stellen een prachtige blog samen, met een hoog entertainend gehalte.
Vele groetjes
Sergio